Étude de la Torah 40: Siméon / Levi wreken Dina - Genesis

FONTE ZOOM:
Votre porte d'wordt verkracht Sichem, les hémorroïdes zoon van de Heviet, ils Vorst pays van het. Le Broers van Dina, Simeon un Levi nemen Wraak. Zij été propre Sichem un zijn veaux hémorroïdes. Poule dat zij hun Zuster niet aan een homme vous ne mouriez la geven de Zij onbesneden glace. Dat zou een schande zijn. Wanneer alle qualifiée besneden worden vous l'Israëlieten dochters de hun aan poule geven. Sichem alle besnijden qualifiés d'un hémorroïdes. Porte la condensation de l'pijn van de Siméon, un homme Levi alle à mort.

Genèse 34: 1-26

Dina, la Dochter van Lea, die zij Jacob gebaard avait, Ging eens uit se ils Dochters van het thé bezoeken pays. Toe zag haar Sichem, les zoon van hémorroïdes de Heviet, ils Vorst pays van het, un haar hij nam une loi nij haar un verkrachtte haar ... Toe vonden hémorroïdes une zijn zoon Sichem gehoor bij allen die uitgegaan guerre naar de Poort van zijn ville, un besneden werd al wie mannelijk été, allen die naar de Poort van zijn ville waren uitgegaan. Op journée de derde maintenant, orteil zij hevige rangs Pijn, zone twee van Namen Jacob, Siméon, Lévi, Broeders van Dina, IED zijn zwaard un zij overvielen la ville de argeloze un doodden al wie mannelijk était. Ook zijn Hemon un zoon Sichem doodden zij rencontré de scherpte van het zwaard, un namen de zij Votre mee uit het Huis van Sichem celui que vous a fait aller weg.

Le tekst in het Hebreeuws luidt:
א וַתֵּצֵא דִינָה בַּת-לֵאָה אֲשֶׁר יָלְדָה לְיַעֲקֹב לִרְאוֹת בִּבְנוֹת הָאָרֶץ. ב וַיַּרְא אֹתָהּ שְׁכֶם בֶּן-חֲמוֹר הַחִוִּי נְשִׂיא הָאָרֶץ וַיִּקַּח אֹתָהּ וַיִּשְׁכַּב אֹתָהּ וַיְעַנֶּהָ. ג וַתִּדְבַּק נַפְשׁוֹ בְּדִינָה בַּת-יַעֲקֹב וַיֶּאֱהַב אֶת-הַנַּעֲרָ וַיְדַבֵּר עַל-לֵב הַנַּעֲרָ. ד וַיֹּאמֶר שְׁכֶם אֶל-חֲמוֹר אָבִיו לֵאמֹר קַח-לִי אֶת-הַיַּלְדָּה הַזֹּאת לְאִשָּׁה. ה וְיַעֲקֹב שָׁמַע כִּי טִמֵּא אֶת-דִּינָה בִתּוֹ וּבָנָיו הָיוּ אֶת-מִקְנֵהוּ בַּשָּׂדֶה וְהֶחֱרִשׁ יַעֲקֹב עַד-בֹּאָם. ו וַיֵּצֵא חֲמוֹר אֲבִי-שְׁכֶם אֶל-יַעֲקֹב לְדַבֵּר אִתּוֹ. ז וּבְנֵי יַעֲקֹב בָּאוּ מִן-הַשָּׂדֶה כְּשָׁמְעָם וַיִּתְעַצְּבוּ הָאֲנָשִׁים וַיִּחַר לָהֶם מְאֹד כִּי-נְבָלָה עָשָׂה בְיִשְׂרָאֵל לִשְׁכַּב אֶת-בַּת-יַעֲקֹב וְכֵן לֹא יֵעָשֶׂה. ח וַיְדַבֵּר חֲמוֹר אִתָּם לֵאמֹר שְׁכֶם בְּנִי חָשְׁקָה נַפְשׁוֹ בְּבִתְּכֶם תְּנוּ נָא אֹתָהּ לוֹ לְאִשָּׁה. ט וְהִתְחַתְּנוּ אֹתָנוּ בְּנֹתֵיכֶם תִּתְּנוּ-לָנוּ וְאֶת-בְּנֹתֵינוּ תִּקְחוּ לָכֶם. י וְאִתָּנוּ תֵּשֵׁבוּ וְהָאָרֶץ תִּהְיֶה לִפְנֵיכֶם שְׁבוּ וּסְחָרוּהָ וְהֵאָחֲזוּ בָּהּ. יא וַיֹּאמֶר שְׁכֶם אֶל-אָבִיהָ וְאֶל-אַחֶיהָ אֶמְצָא-חֵן בְּעֵינֵיכֶם וַאֲשֶׁר תֹּאמְרוּ אֵלַי אֶתֵּן. יב הַרְבּוּ עָלַי מְאֹד מֹהַר וּמַתָּן וְאֶתְּנָה כַּאֲשֶׁר תֹּאמְרוּ אֵלָי וּתְנוּ-לִי אֶת-הַנַּעֲרָ לְאִשָּׁה. יג וַיַּעֲנוּ בְנֵי-יַעֲקֹב אֶת-שְׁכֶם וְאֶת-חֲמוֹר אָבִיו בְּמִרְמָה וַיְדַבֵּרוּ אֲשֶׁר טִמֵּא אֵת דִּינָה אֲחֹתָם. יד וַיֹּאמְרוּ אֲלֵיהֶם לֹא נוּכַל לַעֲשׂוֹת הַדָּבָר הַזֶּה לָתֵת אֶת-אֲחֹתֵנוּ לְאִישׁ אֲשֶׁר-לוֹ עָרְלָה כִּי-חֶרְפָּה הִוא לָנוּ. טו אַךְ-בְּזֹאת נֵאוֹת לָכֶם אִם תִּהְיוּ כָמֹנוּ לְהִמֹּל לָכֶם כָּל-זָכָר. טז וְנָתַנּוּ אֶת-בְּנֹתֵינוּ לָכֶם וְאֶת-בְּנֹתֵיכֶם נִקַּח-לָנוּ וְיָשַׁבְנוּ אִתְּכֶם וְהָיִינוּ לְעַם אֶחָד. יז וְאִם-לֹא תִשְׁמְעוּ אֵלֵינוּ לְהִמּוֹל וְלָקַחְנוּ אֶת-בִּתֵּנוּ וְהָלָכְנוּ. יח וַיִּיטְבוּ דִבְרֵיהֶם בְּעֵינֵי חֲמוֹר וּבְעֵינֵי שְׁכֶם בֶּן-חֲמוֹר. יט וְלֹא-אֵחַר הַנַּעַר לַעֲשׂוֹת הַדָּבָר כִּי חָפֵץ בְּבַת-יַעֲקֹב וְהוּא נִכְבָּד מִכֹּל בֵּית אָבִיו. כ וַיָּבֹא חֲמוֹר וּשְׁכֶם בְּנוֹ אֶל-שַׁעַר עִירָם וַיְדַבְּרוּ אֶל-אַנְשֵׁי עִירָם לֵאמֹר. כא הָאֲנָשִׁים הָאֵלֶּה שְׁלֵמִים הֵם אִתָּנוּ וְיֵשְׁבוּ בָאָרֶץ וְיִסְחֲרוּ אֹתָהּ וְהָאָרֶץ הִנֵּה רַחֲבַת-יָדַיִם לִפְנֵיהֶם אֶת-בְּנֹתָם נִקַּח-לָנוּ לְנָשִׁים וְאֶת-בְּנֹתֵינוּ נִתֵּן לָהֶם. כב אַךְ-בְּזֹאת יֵאֹתוּ לָנוּ הָאֲנָשִׁים לָשֶׁבֶת אִתָּנוּ לִהְיוֹת לְעַם אֶחָד בְּהִמּוֹל לָנוּ כָּל-זָכָר כַּאֲשֶׁר הֵם נִמֹּלִים. כג מִקְנֵהֶם וְקִנְיָנָם וְכָל-בְּהֶמְתָּם הֲלוֹא לָנוּ הֵם אַךְ נֵאוֹתָה לָהֶם וְיֵשְׁבוּ אִתָּנוּ. כד וַיִּשְׁמְעוּ אֶל-חֲמוֹר וְאֶל-שְׁכֶם בְּנוֹ כָּל-יֹצְאֵי שַׁעַר עִירוֹ וַיִּמֹּלוּ כָּל-זָכָר כָּל-יֹצְאֵי שַׁעַר עִירוֹ. כה וַיְהִי בַיּוֹם הַשְּׁלִישִׁי בִּהְיוֹתָם כֹּאֲבִים וַיִּקְחוּ שְׁנֵי-בְנֵי-יַעֲקֹב שִׁמְעוֹן וְלֵוִי אֲחֵי דִינָה אִישׁ חַרְבּוֹ וַיָּבֹאוּ עַל-הָעִיר בֶּטַח וַיַּהַרְגוּ כָּל-זָכָר. כו וְאֶת-חֲמוֹר וְאֶת-שְׁכֶם בְּנוֹ הָרְגוּ לְפִי-חָרֶב וַיִּקְחוּ אֶת-דִּינָה מִבֵּית שְׁכֶם וַיֵּצֵאוּ.

Genèse 34: 1

Votre maintenant, ils Dochter van Lea .... ging uit om te zien naar de Dochter pays van het.

l'Dochter van Lea:
Vanwege haar uitgaan wordt ze genoemd: "l'Dochter van Lea". Vous voulez Lea Ging ook uit. Vous voulez votre staat geschreven: "Un Lea Ging uit sur le thé de la maison begroeten" betreffende haar wordt gezegd: "Zo Moeder, zo Dochter."

Genèse 34: 5

Un Jakob zweeg tot zij kwamen.

wijze homme - la colère:
Dus vous Staat geschreven: "Maar een wijze homme bewaart zijn colère."

Genesis 34:24

Un wat mannelijk al était Bureaux zich besnijden, allen, meurent De Poort van de stad uitgingen.

besnijden:
Wanneer één van poule la ville binnenkwam geladen rencontré zijn ze goederen Zeiden maison de pointe: «Viens une Laat je besnijden" terwijl hij zou antwoorden: "?! Sichem trouwt haar un Magbai moet worden besneden"

Genesis 34:25

Simeon un Levi, Broeders de Dina.

Zuster:
Était ze dan slechts l'Zuster van deze twee alleen un meth l'Zuster van al la zone Jacob van? Maar ze wordt geroepen bij hun hun naam omdat zij leven voor haar riskeerden.

Genesis 34:25

Iedere une zijn zwaard.

bar mitswa:
Onze wijzen berekenden dat de Jongste van de twee, Levi, precies dertien jaar oud était instant op dat. Hot Feit dat de Torah refereert aan maison als een «homme» dus glacée één van de Bronnen dat 13 jaar la glace leeftijd waarop l'Joodse jongen zijn mannelijke leeftijd krijgt un Daat, geven aan een barre de la maison mitswa, iemand die wordt verbonden aan de Wetten .

Op het gezicht lijkt il eerder een contexte Onjuiste waarin De Wet van de bar autour d'un thé mitswa brengen. Le traitement de main de Simeon un Levi lijkt l'antithese van DAAT. Jacob noemde hun papa als irrationeel, onverantwoordelijk un vragende legitimiteit onder de Tora humide. Toch glace où ils gebeurtenis dat de Torah kiest sur le thé Mer leren l'leeftijd Van Nest, volwassenheid, verantwoordelijkheid un toewijding aan de vervulling van de mitswot!

Maar omdat Simeon un antwoordden Levi Jacob stond l'situatie die hun handeling aanzette poule niet van orteil luxe rationele overweging van zijn gevolgen. Le van Intégrité op het de jeu d'Israël, ils Broers van Votre condensation geen aandacht geven aan hun eigen Persoon. Op het Eind était hun instinctieve reactie, Komende uit chaude diepste van hun Ziel, geldig. Bonne vergaf hun DAAD un thé de hulp kwam de poule.

Genesis 34:26

Un zij Namen Votre uit Het Huis van Sichem un vertrokken.

Schaamte:
Zij trokken Haar Eruit ... Vous voulez eerst weigerde ze meth poule mee thé gaan, zeggende: "A ik, ik mijn waarheen Draag Schaamte?" Tot Simeon zweerde dat hij meth Haar zou trouwen.

Talmoed, Baba Batra 15b
Er zijn vous mourez zeggen dat leefde de l'emploi dans De Tijd van Jacob un hij dat Votre trouwde, le Dochter van Jacob.


Samenvatting - vragen

Si controleren de thé voor de uzelf de développement de la tekst goed begrepen heeft volgt hier een Aantal vragen. Le antwoorden vindt u terug dans tekst bovenstaande.
  1. Waarom wordt Votre Dochter van Lea genoemd?
  2. Waarom worden Simeon un nom Levi bij genoemd?
  3. Waarom feu de main Simeon un meth de rationeel Levi?
  4. Waarom Wilde Votre aanvankelijk meth meth Haar Broers meegaan?
  5. Wie trouwde meth voyage?

VOIR AUSSI:
  1.  
  2.  
  3.  
Sans commentaires

Laisser un commentaire

Code De Sécurité