Franse Klassiekers: Crêpe Normande

FONTE ZOOM:
Het Normandische flensje is een wereldwijd gekend en vermaard klassiek Frans dessert. Gewonnen uit de rijke bodem van Normandië, in het noordwesten van Frankrijk, vervullen appels hier een belangrijke rol in de plaatselijke keuken. Deze appels zijn dan ook een belangrijke onderdeel van dit heerlijke dessert, dat beslist de moeite waard is om eens onder de loep te nemen, liefst vergezeld van een heerlijk glaasje cider of een tasje koffie met een borreltje calvados als pousse-café!

Historiek

Pannenkoek, flensje en crêpe zijn drie benamingen voor het zelfde basisgerecht, de dikte van de het baksel buiten beschouwing gelaten. Onze hedendaagse versie van het flensje werd vroeger, en tegenwoordig soms terug in gastronomische eetgelegenheden, voornamelijk bereid met boekweit, of blé noire. Zoals zo vaak met klassieke gerechten, was het vroeger een typische maaltijd voor de armen. De pannenkoek kon toen zowel zoet als hartig bereid worden. De hartige variatie bestond uit hetzelfde basisbeslag, zonder toevoeging van suiker, maar met andere additieven, zoals spek, groenten, ...

In Normandië, het noordwestelijke deel van Frankrijk, dat gekend staat voor een rijke culinaire traditie, zijn appels een typisch landbouwproduct. Diezelfde appel heeft dan ook een belangrijke rol in veel van de streekproducten, zoals cider en calvados, maar ook in de streekgerechten, zoals in deze Normandische pannenkoek.

Recept

Ingrediënten:
Voor het flensjesbeslag:
  • 500 gram bloem
  • 4 eieren
  • 1 liter melk
  • 50 gram suiker
  • olie
  • zout
  • 1 vanillestok

Voor afwerking:
  • 2 appels
  • bloemsuiker
  • 100 gram boter
  • fijne kristalsuiker
  • roomijs

Bereidingstijd:
  • 30 minuten

Bereidingswijze:
Voor het flensjesbeslag:
  1. Vermeng de eieren met de bloem.
  2. Voeg de melk en de olie eraan toe, beetje bij beetje en roer goed door.
  3. Voeg een snuifje zout toe.
  4. Snijd de vanillestok overlangs in twee en schraap de zwarte zaadjes uit met een klein mesje.
  5. Voeg de vanille toe aan het mengsel.
  6. Laat het beslag rusten.
  7. Zeef het eventueel door om klonters te vermijden.

Voor het Normandisch flensje:
  1. Bereid de appelen voor door ze te schillen en in vieren te snijden. Haal het klokkenhuis weg en eminceer zeer fijn.
  2. Sauteer de appels lichtjes in een pannetje met boter.
  3. Bak de flensjes met de reeds voorbereide deeg in pannetjes. Doe dit door de warme pannetjes in te boteren en een zeer dun laagje flensjesbeslag in het hete, beboterde pannetje te gieten.
  4. Hou er rekening mee dat de eerste baksels vaak nog niet helemaal loskomen van het pannetje.
  5. Bestrooi de oppervlakte met de fijn geëminceerde appeltjes en dek vervolgens af met nog een dun, tweede laagje beslag.
  6. Laat de onderkant goed gaar bakken en draai dan het flensje om, zodat de tweede zijde goudgeel kan bakken
  7. Schik de flensjes op een warm, beboterd bord en garneer met bloemsuiker,
  8. Werk af met een bolletje roomijs naar keuze.
  9. De flensjes kunnen eventueel ook gekarameliseerd worden in de pan door toevoeging van fijne kristalsuiker.
VOIR AUSSI:
  1.  
  2.  
  3.  
Sans commentaires

Laisser un commentaire

Code De Sécurité