Heidense kathedralen: Beauvais en Amiens

FONTE ZOOM:
Ik val maar met de deur in huis. We zitten plomp verloren ergens in het binnenland van Normandië. We hebben de Mont St Michel bezocht en bij Isigny le Buat onze mythische mistel-eik gevonden. Opdracht dus volbracht, maar we moeten we toch nog terug naar Vlaanderen.

Donderdag 5 maart: Een menhir en Haras du Pin

Dus de motorhome keren en naar het Noorden. Zomaar van Mortain naar Ducey, St Hilaire, Domfront , door het foret des Andaines naar Ferté-Macé, rond Argentan naar Aigle. Voorbij Argetan durven we ons weer een fantasietje permitteren, er ligt een menhir op onze weg als we even het Foret de Petite Gouffern in rijden. En ja daar staat een Pierre lévée, een opstaande steen als een reuzehand, als een stopteken, als een hand Gods. Wat verder binnen door rijdend komen we per ongeluk in Haras du Pin, dé paardestoeterij van Frankrijk, rijkdom alom, oprijlanen, kastelen. We bezoeken even een paardenwinkel, alsof we beroemde jockeys zijn. Wat anders dan de heiligenwinkels van abdijen, hier alleen maar afbeeldingen, kleding en zeepjes van het edele paard, alhoewel de zeepjes waren wel gemaakt van ezelinnenmelk.

Conches
Nog even verder, we worden verleid bij het binnenrijden van Conches, mooi lindelanen, een grootste fontein en een mooi kerk in de achtergrond en we kunnen daar zo maar parkeren. Dus hier overnachten dan maar. We hebben nog niet dikwijls zo snel beslist.

Het stadje heeft ons wel verleid, maar in het centrum is het niet veel bijzonders. Een sombere winkelstraat met wel een kerk, natuurlijk en enkele Normandische vakwerkhuizen. Maar we mogen niet te veel veroordelen, we blijven niet lang genoeg om te kunnen oordelen. We komen hier in feite alleen om te slapen. Helaas is het ook de plek waar vroege carpoolers om 6 uur smorgens naar hun werk vertrekken en hun automotoren minstens een kwartier lang laten warm draaien. Maar toch moedig van hen om zo vroeg te willen, te moeten werken. Voor motorhomisten. Laat je niet afschrikken, aan de andere kant van de fontein is ook royaal veel plaats om je rijdend huis op te slaan.

vrijdag 6 maart: Richard Leeuwenhart en Lyons-lefôret

Conches en Ouche dus. Evreux met immense rondweg, mogelijk gemakkelijker dan door de stad maar op zijn minst 10 km extra. We willen de D 316 naar Gaillon en vooral naar Les Andelys en de Seinevallei. In Andelys parkeren we voor de brug over de Seine. Boven op de witte krijtrotsen pronken de resten van het kasteel van Richard Leeuwenhart, de held uit mijn jeugdboeken, en die wil ik nog even bezoeken. Eens snel en stevig doorstappen heb ik nu wel nodig en hoe moet je anders het kasteel van Richard Coeur de Lion veroveren? De slotpoort is wel gesloten, zoals bij vele monumenten in deze tijd van het jaar. Maar er is hier genoeg te bekijken en juist nu in alle eenzaamheid hebben deze toeristische attracties nog enige authenticiteit. En het zicht op al die bochten van de Seine is ook bijzonder, al zal Richard hier geen versterkte burcht gebouwd hebben voor de point de vue.

Wij vluchten ondertussen verder met ons stalen ros richting Ecouis en vooral naar Lyons-le-Fôret, gelegen in mogelijk het mooiste beukenwoud van Frankrijk. Zou de naam Coeur de Lion, van het hart, centrum van Lyon komen in plaats van moedig hart van de leeuw?

Lyons
In elk geval, Lyons niet Lyon, is een juweel van een stadje, hier zijn duidelijk geen Duitse bombardementen geweest. We vinden hier alleen maar Normandische vakwerkhuizen allemaal perfect gerestaureerd en op het plein een mooie overdekte markplaats op indrukwekkende houten pijlers. Her en der verspreid, bescheiden en originele winkeltjes. In een steegje het mini-atelier van een ebenist-instrumentenmaker met kalimba??s, duimpianos in alle maten, gitaren en een merkwaardig cello gemaakt van een munitiekist uit de loopgraven. Hoop doet leven zeker. Of muziek verzacht de zeden.

We twijfelen om hier te overnachten maar rijden uiteindelijk nog een eindje het bos door, eerst naar Fleury la Fôret, waar we bij het kasteel prachtige bomen met maretakken vinden en even denken dat het eiken zijn maar bij nadere bestudering blijken het lindebomen te zijn. Niks tegen lindes, integendeel maar we zijn nu al onbewust op zoek naar een tweede eik met maretak. Een mens is nooit tevreden zeker!

Nog een Fôret dorpje verder, Bézu, het laatste bosdorpje en een verlokkende kleine parking doen ons besluiten om hier de nacht door te brengen. Op de koop toe moet er ook een menhir aan de rand van het bos staan, maar die konden we nu toch niet vinden. Maar slapen zonder menhir in de buurt zal ook wel lukken.

zaterdag 7 maart: kathedralen

We ontwaken met blaffende honden maar ook met kwetterende vogels. Zelfs in een motorhome kan een mens zich een beetje één voelen met de natuur. We ontbijten en rijden. Eerst naar Gourney en dan naar Beauvais. Het wordt een cultuurdag. In Beauvais willen we eerst de hoogste gotische kathedraal bezoeken en daarna in Amiens de mooiste. Twee jaar geleden hebben we de de meest mythische in Chartres bezocht en de minder bekende maar toch bijzondere in Bourges. Ze spreken ons niet zo zeer aan voor hun christelijke betekenis, maar eerder voor het architecturale en mythische. Ik zou het oerheidens durven noemen. Want wat hebben labyrinten, gebeeldhouwde dierenriemtekens, mythische beesten en wellustige vrouwen met het kristendom te maken. Of zouden al die anonieme kunstenaars toch zo een beetje hun eigen gang gegaan hebben? En wat is de zin van die honderden figuurtjes die onzichtbaar voor mensenogen hoog in die gotische gevels prijken?

Beauvais
Beauvais, de kathedraal Saint-Pierre, het had de grootste moeten worden die de mensheid zich in zijn stoutste dromen had kunnen voorstellen, een werk van ongekende gewaagdheid. Het is echter bij een droom gebleven. Hoog is hij wel maar nooit afgewerkt, zoals natuurlijk zovele gotische kerken.

Maar in het onvoltooide, het onvolmaakte toont zich de schoonheid. Voor mij dus wel een sympathieke kathedraal.
Na de kathedraal kijken we ook even rond in de winkelstraat, bezoeken zoals gewoonlijk ook een boekhandel en kopen er zoals gewoonlijk ook boeken. We zijn hier nu op de middag en eten een plat du jour ??Saumon béarnaise?? in Le Zinc bleu met zicht op de kathedraal.

Amiens
En dan op naar Amiens zowat 50 km verder. Het landschap wordt wel lelijker naargelang we noordelijker komen, veel landbouw maar ook veel chaotischer gebouwd en ook veel meer echte rommel bij de woningen en de kleine industrieën. Het centrum van Amiens is wel de moeite waard, we rijden vlot de stad in en kunnen nogal idyllisch parkeren bij een zijarm van de Somme. We krijgen zelfs zin om hier te overnachten. Maar eerst de kathedraal, een overdadig maar stijlvol versierde gevel, een gevel als een stripverhaal met spannende en fantastische verhalen, wel hier en daar met stichtende bedoelingen. Waarschijnlijk was het ook de bedoeling om informatie te verschaffen aan de ongeletterde mens. Het interieur is gotisch indrukwekkend. Geweldige pilaren rijzen omhoog als eiken in een eeuwenoud woud. Zouden we hier geen stenen maretakken vinden? In elk geval vinden we in de koorbanken honderden houten gebeitelde figuren, een menigte zeker niet alleen christelijke maar ook mythische figuren die allemaal hun eigen verhaal vertellen. Het verhaal van de steenkapper? En dan het labyrint, hier in Amiens gelukkig open en bloot, niet verstopt onder stoelen of banken en dus helemaal ritualistisch te bewandelen. Een heidens heilige structuur van kracht!

Toch verder langs de Somme
Na die indrukwekkende grote kathedraal kruipen wij weer in ons klein metalen huis op wielen. We willen toch een wat rustigere overnachtingsplaats opzoeken, pikken de bedding van de Somme stroomopwaarts op. En zigzaggen dan van het ene dorpje naar het andere, vallei in, vallei uit. Veel water, niet alleen de Somme maar ook veel vijvertjes oude overstromingsgebieden van de rivier. Alleen is er moeilijk bij te komen en ziet het er dikwijls nogal morsig uit. Dus van Daours naar Corbie, dan toch nog verder naar Vaux, Bray en uiteindeljk toch naar het plateau, weg van de Somme naar een stadje met de vreemde naam Albert. Albert 1 dacht ik even, maar het was Albert nog 1 km. Hier vinden we een groot stadsplein met royaal veel vlakke plaatsen. Een vreemde lelijk stadje met een groot neo-stadhuis en zels een immense al even pompeuze basiliek met een ??gouden?? vrouwelijk vrijheidsbeeld in de top. De bombast kon echt niet op. Het is hier de schoonheid van de lelijkheid. Maar slapen doe ik hier ondanks dat, het best van alle dagen.

Smorgens in een somber grijs landschap, langs tientallen gedrilde militaire kerkhoven van gesneuvelden Britten, Australiërs, Amerikanen en Duitsers, nu uit de eerste WO, rijden we terug naar ons niet bewegend huis in België.
VOIR AUSSI:
  1.  
  2.  
  3.  
Sans commentaires

Laisser un commentaire

Code De Sécurité