Minerve; vakantie in Frankrijk

FONTE ZOOM:
Minerve, een middeleeuws schilderij, ingelijst door de luchten boven de causse en de gorges van de Cesse en de Briant. Als U de stad nadert vanuit Aigues-Vives, weet U niet wat U ziet. Met de auto de stad binnen mag niet. Dat is alleen voor inwoners toegestaan. Geen nood, de grote parkeerplaats biedt ruimte genoeg én een nieuw, verbijsterend zicht op de parel van de Languedoc. Minerve, de stad van de Katharen: te mooi om waar te zijn.

Minerve; een natuurlijke burcht

Minerve, het stadje met nauwelijks honderd inwoners, ligt op de plek waar de riviertjes de Cesse en de Briant samenkomen. Deze stroompjes, die nauwelijks water bevatten -'s zomers al helemaal niet- hebben in het verleden een enorme krachttoer geleverd om de diepe en steile "gorges" uit te slijpen in de causse aan het begin van de Haut-Languedoc. Deze diepe ravijnen gaven het stadje Minerve de status van een schier onneembare vesting. Het stukje land waar het op ligt is niet anders dan een deel van de omringende causse, maar van de rest gescheiden door de ravijnen van de Cesse en de Briant met steile wanden van hier en daar meer dan veertig meter hoog.

In het verleden was Minerve slechts te bereiken over een smalle verbindingsweg met de rest van de hoogvlakte. Om de plaats in te komen, moest je dan wel eerst de burcht passeren, die -heel strategisch- juist op dit punt was gebouwd. Tegenwoordig is Minerve te bereiken over een brug, die beeldbepalend voor het stadje geworden is.

Er waren ook twee stadspoorten. Om daardoor de stad binnen te komen, moest men echter eerst in de ravijnen afdalen.
De burcht zult U tegenwoordig vergeefs zoeken. Eén stukje muur staat nog overeind. Zelfs dat is geen rest meer van de oudste versterking, maar van een later gebouwd kasteel. De rest heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe weg over de smalle toegang tot Minerve.

Van de oude vestingmuren zijn nog wel delen bewaard gebleven. Aan de zuidkant van het stadje zijn nog overblijfselen van een oude, dubbele ommuring, vlakbij de oude zuidelijke stadspoort. Hier bevinden zich ook de resten van twee oude torens: de Tour de la Prison en de Tour des Cathares.

Minerve en de Katharen

Twee begrippen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De Katharen vormden in de 12-e en de 13-e eeuw een godsdienstige sekte, die door de officiële kerk te vuur en te zwaard bestreden werd. En dat dan in de meest letterlijke zin! De Katharen propageerden een godsdienstig dualisme: er was een god van het kwade en een god van het goede. Een "tweegodendom" dus. Zo kon men het probleem van het kwaad in de wereld verklaren. Ook waren de Katharen voorstander van een strenge ascese en wereldmijding. Zo waren ze tegen het huwelijk, het gebruik van vlees, de eed, arbeid en strijd. Voor de echt "ingewijden" werden de ascetische regels wat minder streng toegepast; zij waren toch al zeker van het heil. In de Languedoc hadden zij veel aanhangers.

Na het bloedbad van Beziers in 1209 waarbij de gehele stad werd uitgemoord, Kathaar of niet -"Tuez les tous, Dieu reconnaîtra les siens": Dood hen allen, God zal de zijnen herkennen- is in 1210 Minerve aan de beurt. Er zijn veel Katharen binnen de muren van de stad, wellicht ook inwoners van Beziers, die aan het bloedbad ontsnapt zijn. Guillaume, welke en hoeveelste is niet bekend, is burggraaf van Minerve en niet van plan de stad in handen te laten vallen van Simon de Montfort, die met een leger voor de stad verschenen is. Minerve is sterk, vrijwel onneembaar. Het enige zwakke punt is de watervoorziening. De enige put die de stad rijk is, ligt in de bedding van het riviertje de Briant. De katapulten waarmee de stad beschoten wordt, sorteren weinig effect. Wat wel succes heeft, is het beschieten met de grootste katapult "Malvoisine", van de overdekte weg naar de waterput. Na zeven weken van belegering en beschieting van de waterput is de strijd gestreden: Minerve valt. Naast de kerk van Minerve staat een gedenkteken dat herinnert aan de gruwelijke dood van 140 Katharen, die hier in opdracht van Siomon de Montfort door verbranding om het leven zijn gebracht. Het straatje langs de kerk heet niet voor niets "Rue des Martyrs".

Minervois

Het is bijna ongelofelijk, maar waar: het kleine stadje Minerve heeft aan de gehele omringende wijnstreek zijn naam gegeven: de Minervois. De Languedoc heet wel de "wijnschuur van Frankrijk". Meer dan één derde deel van alle Franse wijn komt hier vandaan. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg de Minervois het recht op een apellation, dat is het recht om op de etiketten de afkorting AOC te voeren. Om dat te mogen, moeten de wijnen aan strenge eisen voldoen. De voorschriften waaraan voldaan moet worden, strekken zich uit over de soorten druivenrassen, de hoeveelheid wijnstokken per hectare, de groeiwijze van de wijnstokken, de manier van snoeien, het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen onkruid en tegen insecten, de hoeveelheid wijn die per hectare mag worden geoogst, het alcoholgehalte, de tijd die de wijn moet rijpen, etc, etc. U ziet: de wijnen uit deMinervois zijn kwaliteitswijnen.

Minerve nu

Om Minerve te bereiken en weer te verlaten, kunt U het best gebruik maken van de D907 vanaf Aigues-Vives. Vlak voor Minerve heeft U een schitterend uitzicht over de stad. Als U vanaf de andere kant de stad nadert, vanuit de richting Cesseras, moet U geen last van hoogtevrees hebben. De stad naderen gaat nog wel, maar via deze weg verlaten, is een avontuur op zich. Vooral als er tegenliggers komen, moet U er rekening mee houden op enkele decimeters naast het ravijn van de Cesse te moeten rijden. Beter is de D907 terug te nemen.

In de Cesse stroomt zo goed als geen water. De brede bedding is een soort wandelgebied geworden. Ook ligt daar de plaatselijke begraafplaats. Sommige huizen zijn tegen de oude vestingmuur aangebouwd en dateren nog uit de middeleeuwen.
In de bedding van de Briant liggen de resten van de oude waterput, de "Puits Saint-Rustique". De versterkte en overdekte weg die naar de put voerde, is nog goed herkenbaar.

Het oude kerkje in het stadje is een bezoek zeker waard. Al in de negende eeuw wordt dit kerkje in oude archieven genoemd. Een gedeelte van het hoofdaltaar werd in 456 gewijd door Rustique, die toen bisschop van Narbonne was. Aan het eind van de Rue des Martyrs bevinden zich de resten van een oude poort, de "Porte des Templiers". De poort gaf toegang tot het verblijf van de hospitaalridders of de Tempeliers. De Kathaarse vrouwen hadden hier tijdens de belegering van de stad een goed heenkomen gezocht.

Ook de "ponts naturel" moet je even "gelopen" hebben. Dit zijn twee natuurlijke bruggen, die door de Cesse zijn uitgeslepen. De kleine "brug" is 110 meter lang en de grote meer dan 200 meter.
Als U terugrijdt in de richting van La Caunette, stop dan nog even bij het uitzichtpunt om een laatste blik op Minerve te werpen.
VOIR AUSSI:
  1.  
  2.  
  3.  
Sans commentaires

Laisser un commentaire

Code De Sécurité