Mont Blanc zomaar!

FONTE ZOOM:
Na de voorbereidende tocht, de aanschaf van brood en andere voorraden in Contamines, bereiken we met de auto van Kees de eindparkeerplaats Le Crozat- Bionassay op 1413 meter. De Mont-Blanc top is van hieruit niet zichtbaar, maar rekenkundig gezien moeten we nu nog 3394 hoogtemeters overwinnen om op het hoogste punt van West-Europa te staan. Bemoedigend of ontmoedigend vooruitzicht? Wij, Kees, Arthur en Maurice doen dit in elk geval uit vrije wil. Na een uitgebreide in- en uitpakkerij gaan we rond 18 uur dan toch op weg. Arthur lijkt plots, in tegenstelling met de vorige dagen, in superconditie, met als gevolg dat we vlot de open grasvlakte en geplande slaapplaats bij de zijmorene van de Bionassaygletsjer bereiken. Een bende zwarte, nieuwsgierige koeien bemoeilijken nog even het opzetten van de tent, maar dat is eerder grappig dan vervelend.

Chalet de l?? Are 1750m via Nid d?? Aigle 2372m naar Tête Rousse 3167m.

Vrij goed geslapen, al is mijn carrymatje lek. Inpakken en dan klimmen we rustig maar zonder verpozen langs de zijmorene naar boven. De ijstorens van de Bionassay-gletsjer komen steeds duidelijker en imponerend in zicht. Beekjes, watervalletjes, een steil rotspad en enkele metalen trappen maken de tocht moelijk mooi. Dit gedeelte van de route is ook zeer rustig, dat verandert wel bij Le Nid d??Aigle, het eindstation van de TMB, het tandradtreintje vanuit Contamines. De meeste Mb-beklimmers gebruiken dit station op 2372m als startpunt voor de beklimming, als puristen hebben wij er hier als 600 wandelhoogtemeters opzitten. Koffie en de lekkere ??tarte à la refuge?? vers gebakken nog warm, laten we ons in dit arendsnest dan ook goed smaken. Ondertussen heb ik de refuge du Goûter, ons doel voor morgen, in de gaten gekregen. Schijnbaar onbereikbaar ligt ze te blinken boven op de graat van l?? Aiguille du Goûter 3808 meter hoog. Hoe moeten we daar in Godsnaam geraken? Maar dat zijn zorgen voor morgen, eerst nog naar Tête Rousse.

Op weg naar Tête Rousse.

Een machtig, ruig landschap met een duidelijk zichtbaar pad, voert ons eerst naar de Baracque forestière de Rogne, een verlaten boshutje waar nooit bos geweest is. Van hieruit wandelen we over een met rotsblokken bezaaide morene in een plots winderig kil landschap. Vlug trekken we extra jassen aan om onze bezwete lichamen te beschermen. En dan de laatste steile zigzagklim naar de hut. Een goed pad maar de schaduwkanten zijn verraderlijk glad , vooral Kees is terecht zeer voorzichtig, één slippertje en je ligt zowat honderd meter lager. We schuifelen dan ook voetje voor voetje naar boven. Halfweg bij een metalen kruis ter nagedachtenis aan een verongelukte klimmer, doen we nog wat broodenergie op en dan zien we refuge Tête Rousse aan de overkant van de smalle gletsjer. Nog even de stijgijzers onder de schoenen binden en dan zo vlak mogelijk oversteken.

Refuge Tête Rousse.

Veel volk, grandiose zonsondergang boven de wolken. Arthur euforisch met handen en voeten aan de praat in alle talen. De hele wereld lijkt hier wel verzameld, ook in de slaapkamer. Even liggen we met zijn drieën op 2 matrassen, dan verhuist Arthur naar de eetkamer. Het is een hallucinante nacht zonder slaap. Zweterig mensenvlees overal, ik krijg buikpijn en visioenen over de helikopter, die mij met een acute pancreatitis moet afvoeren naar een Frans ziekenhuis. Wonder boven wonder haal ik de morgen. We treuzelen lang om verder te trekken. Uiteindelijk gaan we als laatsten richting ??dodengeul?? of Grand Couloir. Dé plaats waar regelmatig stenen naar beneden storten en waar je zo snel mogelijk moet oversteken. Dat doen we dan ook, alleen Arthur verliest midden in die geul zijn stijgijzer en wordt van de stress ook nog kwaad op mij omdat ik snel overgestoken ben.

Gelukkig loopt het, buiten de spanningen, zonder ongelukken af. We klimmen nu aangelijnd richting Gouterhut op 3700 meter. De wel sterk geerodeerde rotsen geven toch een goed houvast, al is het af en toe griezelig stijl en lijkt die glinsterende aluminiumhut boven ons nauwelijks dichterbij te komen. We doen er dan ook lang over, zowat 5 uur, dus nauwelijks 100 hoogtemeters per uur, terwijl we op een normaal bergpad zeker 300 hoogtemeters afleggen. De laatste 10 meters, die met gesplinterde kabels gezekerd zijn, grimlachen ons dan ook vriendelijk toe. Al zijn gerafelde stalen kabels zeer onvriendelijk voor je handen, dat kon je ook zien aan de vele bloeddruppels op de rotsblokken.

In de Goûterhut

De Gôuterhut ligt gekneld tussen de couloir vooraan en een sneeuwbult achteraan. Deze ijsgraat moet steeds afgegraven worden anders zou de refuge de diepte ingeduwd worden. Al bij al valt deze beruchte hut best mij, alleen het toilet of schijtkot is een gruwel, om helemaal veilig te spelen moet je er op stijgijzers naar toe, anders loop je kans in de Grand Couloir terecht te komen en 600 meter lager overstekende klimmers naar beneden te kegelen.
We eten in de hut, Arthur zelfs tweemaal, maar slapen doen wij in ons eigen tentje op de Gôutergraat. Met wat graafwerk kunnen we onze tent goed beschut opzetten. Dat scheelt wel 15 graden. Een korte nacht, van 10 uur tot 2 uur, word het wel. Er word namelijk in 2 schiften gegeten en een toppoging gedaan.

De magie van het Vallothutje.

Rond 3 uur gaan we aangelijnd met zijn drieen op weg. Arthur, Kees, Maurice in die volgorde. Volle maan, eindeloze sneeuwhellingen, dansende lamplichtjes en korte bewegende schaduwen in de verte. Is dit een droom of werkelijkheid? N 4 volle maanuren zijn we boven de 4000 meter en bij het Vallothutje. Een alluminium weerstationnetje en schuilhok met een sneeuwsluis als ingang. Trap op, trap af en dan lijken we terecht te komen in het voorgeborgte van de hel. De vloer is bezaaid met slapende of apathisch voor zich uitstarende klimmers. Je moet goed oppassen om met je stijgijzers niet in een of ander been te prikken. En waar zijn de benen, de armen en de hoofden in die chaos van matrassen, mensen en muffe dekens. Ik lijk hier wel de enige nog alerte mens te zijn! Even rusten, nu ja rusten, eerder wat beschutting zoeken om dan de laatste 700 hoogtemeters aan te pakken. Het is 5 uur, letterlijk komt er licht aan de einder.

Via de dromedarisgraat naar de top.

De dromedarisgraat wordt zichtbaar, daar moeten we over heen. Vele figuurtjes voor ons wijzen de weg alsof de grote routeplanner stipjes op de kaart heeft gezet. We gaan nu in een andere volgorde lopen. Arthur is een inzinking nabij en we willen nu natuurlijk niet meer terug. Tergend traag balanceren we over de dromedarisbulten richting top. Links van ons 4000 meter dieper ligt Chamonix France en rechts van ons even diep het Italiaanse Courmayeur. Als iemand van de graat afschuift is de theoretische techniek dat de aangelijnde collega de andere kant in duikt om in evenwicht te geraken. Gelukkig hoeven we dit in de praktijk niet uit te testen, al zakt Arthur regelmatig door de knieen. Een knieval voor de onverbiddelijke Mont Blanc, maar uiteindelijk ??overwinnen?? we de witte reus. We staan op het dak van de West-Europese wereld! We omhelzen mekaar! We genieten, al vraagt dat zelfs teveel energie van sommigen. Een ontregelde spijsvertering veroorzaakt zelfs een letterlijk overgeven boven op de witte berg.

Naar beneden te voet of per helicopter.

We zijn nu wel boven maar we moeten natuurlijk ook weer naar beneden. Meestal, wat inspanning betreft gemakkelijker, maar helaas is Arthur totaal uitgeput en zelfs in de afdaling zakt hij steeds weer door zijn knieën tot dat hij helemaal blijft liggen. We hebben geen andere keuze dan hulp te halen. Kees blijft bij Arthur en ik wandel snel naar de Goûterhut, waar ik om hulp vraag. De hutbeheerder belt de helikopter hulpdiensten in St Gervais, maar ik krijg eerst nog een Franse preek over het onverantwoord beklimmen van de Mont Blanc. Even later hoor ik het tokketok van de helikoptermotor en nog later komt Kees bij de refuge aan. Arthur is naar het ziekenhuis van St-Gervais gebracht, waar wij hem 's avonds willen ophalen. We moeten dan wel een razende afdaling van 2300 hoogtemeters maken van de Goûterhut naar de parking van Crozat, en dan met de auto naar St-Gervais. We halen het en vinden Arthur volledig opgeknapt weer terug.
Een ervaring rijker kunnen we tevreden terug naar ons vlakke land.
VOIR AUSSI:
  1.  
  2.  
  3.  
Sans commentaires

Laisser un commentaire

Code De Sécurité